‘Waarom heb je hem altijd bij je? Waarom schrijf je geen verhaal over hem?’ vroeg Hans haar.
Eindelijk.
Sinds een jaar of twee vergezel ik haar trouw bijna overal naartoe en tot dusver heeft ze nog geen letter aan mij gewijd. Wel aan een jurk. Aan een aanrecht. Zelfs een mislukt ei wist haar literaire belangstelling te wekken. Ik wil niet kleinzerig doen, maar er zijn grenzen.
We zaten met vrienden aan tafel en aten groenten uit eigen tuin. Dat wil zeggen: zíj aten. Ik hield me zoals gewoonlijk op de achtergrond. Er werd gesproken over courgettes, over tomaten en op een gegeven moment viel het woord kalebas.
Ik spitste mijn oren. Kalebas. Dat klonk als familie.
Waar zij vandaan komt, wordt iemand zoals ik namelijk ook weleens een kalebas genoemd. Ik weet niet hoe ik dat moet opvatten. Als geuzennaam, koosnaam of belediging. In de rest van Nederland denken ze bij dit woord waarschijnlijk niet aan mij.
Dat deert me niet. Ik ben praktisch ingesteld. Ik denk niet in hokjes, hoewel een juiste vakverdeling me wel aanspreekt.
Dat moet ook wel, want volgens haar zijn er nogal wat dingen die ze op ieder denkbaar moment nodig zou kunnen hebben. Opvouwbare boodschappentasjes bijvoorbeeld. Niet één. Minimaal drie. Witte handschoenen om haar kunstwerken mee aan te pakken. Ze koopt ze in de carnavalswinkel. Flyers om uit te delen aan mensen die soms nog niet van haar werk op de hoogte zijn. Pennen. Papieren. Portemonnee. Lippenstift. Een plastic zakje. Dat beschouw ik niet als concurrent. Veel te zeer een lichtgewicht.
En dan nog zoetjes en Tic Tacs voor haar man.
Die laatste twee vind ik persoonlijk tekenend en ergens ontroerend. Hij hoeft er niet eens zelf aan te denken. Zij gaat ervan uit dat hij ze nodig zou kunnen hebben en neemt ze daarom steevast mee. Soms beweeg ik expres een beetje zodat je ze kunt horen rammelen in hun doosjes.
Ze noemt mij klein. Dat vind ik een merkwaardige kwalificatie voor iemand aan wie je de verantwoordelijkheid voor bijna een halve huishouding toevertrouwt. Ik kan het allemaal hebben, daar niet van.
Een paar jaar geleden ging ze met haar man en zoon midgetgolfen. Of heet dat voortaan minigolfen? Daar wil ik van af zijn.
Ik heb begrepen dat er tegenwoordig mensen zijn die vinden dat je geen midgetgolf meer moet zeggen. Waarom precies weet ik niet. Maar ik ben niet tegen verandering in taal. Taal is altijd in beweging. Net als zij. Ik ken niemand die zoveel op pad is.
Zo ving ik laatst een gesprek op over het woord huidskleur. Dat woord zou op sommige scholen niet meer gebruikt mogen worden om één specifieke huidskleur aan te duiden. Zij begreep dat meteen. Ze vindt het behoorlijk arrogant om één kleur zomaar tot dé huidskleur te bombarderen.
Ik heb daar zelf enige ervaring mee. Ik word lokaal ook kalebas genoemd en ik weet nog steeds niet in welke categorie dat valt. Dat hangt er waarschijnlijk vanaf wie het zegt. Zo werkt dat blijkbaar met woorden. Het woord blijft hetzelfde, maar de mond waaruit het komt kan een wereld van verschil maken.
O ja. Dat midgetgolfen. Of minigolfen.
Zij hield mij de hele wedstrijd bij zich. Haar man en zoon vonden dat nogal grappig. Waarom zou iemand tijdens zoiets met al dat gewicht blijven rondlopen?
Haar antwoord was eenvoudig. ‘Hij houdt me in balans. Mijn voorkant is net zo gewichtig.’
Dat leek me een compliment waartegen niemand veel kon inbrengen.
Ik zeker niet. Ik bevond me aan de achterkant van het gelijk.
Ze won. Naar eigen zeggen deed ze niet eens haar best, want ze houdt niet van spelletjes. Dat klopt volgens mij niet helemaal. Ze houdt niet van spelletjes, maar áls ze meedoet, wil ze wel winnen. Vooral met Scrabble. Ze is dol op taal.
Sindsdien beschouw ik die overwinning mede als de mijne. Ik hield haar in balans.
Zo doen we dat eigenlijk steeds.
Ik ga mee naar tentoonstellingen, winkels, afspraken en etentjes. Ik ben stilzwijgend aanwezig en draag haar papieren, haar geld, haar lippenstift, haar witte handschoenen, drie boodschappentasjes en de zoetjes en Tic Tacs van haar man.
’s Avonds blijf ik op gepaste afstand en sta naast haar bed. Als een zwijgzame persoonlijke assistent.
Dat laatste ben ik natuurlijk niet.
Ik ben rood, niet al te groot en behoorlijk vol. Ik heb vakken, riemen en twee schouderbanden. Ik ben haar rugdekking.
Een kalebas, zouden sommigen in Limburg zeggen. Een rugzak in de rest van Nederland. Een gewichtige zelfs. Niet alleen vanwege alles wat ze dagelijks in me propt. Ik bied tegenwicht. Ik houd haar rechtop en in balans.
Kijk Hans, nu heeft ze toch eindelijk over mij geschreven.
Or, if you prefer, you can simply buy me a cup of tea.
Your support helps me to keep writing / photographing - Thank you!




