L’Air du temps
Memoires van een jurk
Ze pakte me uit de kast. Nog voordat ze me zag, rook ze me. L’Air du temps.
Voorzichtig streek ze met haar hand over mijn stof. Delftsblauw. Tenminste, zo noemen mensen mijn motief meestal. Alsof ik uit porselein ben gemaakt in plaats van katoen. Ze snoof mijn geur op. Ik ruik al jaren niet meer naar katoen. Ik ruik naar iemand die er niet meer is.
Ik ben oud. Oud genoeg om niet meer precies te weten van wie ik eigenlijk ben geweest. Van haar moeder? Van haar tante? Waarschijnlijk van allebei. Kleding heeft daar een handje van. Wij hechten ons slechts tijdelijk aan degenen die ons aantrekken en horen nooit lang bij één mens. Wij worden gedragen, doorgegeven, opgevouwen, vergeten en soms weer teruggevonden.
Ik herinner me handen. Haar handen natuurlijk het beste, want zij was tot nu toe de laatste die me droeg. Jonge handen. Oude handen. Vermoeide handen. Handen die een rits dichttrekken. Op een dag bleef mijn rits halverwege steken. Dat gebeurt oudere jurken wel vaker, al ligt dat zelden aan de jurk.
Ik weet niet alles meer precies. Een lach. Een traan. Geuren blijven het langst. Gezichten vervagen sneller dan stof.
Zij trok me aan. We gingen niet naar een verjaardag of een ander feest. Ze ging met mij voor de camera staan. Meerdere keren zelfs. Een keer vouwde ze mij om haar hoofd. Een andere keer trok ze mijn zoom zo hoog op dat haar moeder en tante waarschijnlijk hun wenkbrauwen hadden opgetrokken. Zij glimlachte alleen maar naar de camera terwijl ze op de knop van de afstandsbediening drukte.
Het grappige was dat ze zelfgebreide sokken erbij droeg en houten klompen. De sokken had haar moeder gemaakt en de klompen waren vervaardigd door haar vader.
Ik vond het allemaal maar vreemd.
Jurken zijn gewend om bekeken te worden.
Maar toch gebeurden steeds ongewone dingen als ze mij droeg.
Misschien is dat ook de reden dat ze mij heeft bewaard. Ze droeg me vroeger op de boerenbruiloft tijdens carnaval. De meeste bruiloftsgasten droegen zwarte kleding of een boerenkiel. Zij niet. Ze droeg Delftsblauw, want ze vond mij een boerenbruiloftsjurk. Dat was ik helemaal niet. Jurken hebben weinig in te brengen. Ik weet dat mensen naar me keken. Sommigen zagen een jong verlegen meisje. Anderen zagen een jurk die niet aan de standaard voldeed. Sommigen zagen iets anders. Zelden zag iemand hetzelfde.
Sommigen keken vertederd. Anderen bespotten haar achter haar rug. Ik heb het gehoord en gezien. Ik omhulde haar en probeerde haar te beschermen.
Ik heb geleerd dat mensen niet kijken naar wat er ís. Ze kijken naar wat ze al denken te kennen.
Ik had nooit gedacht dat een oude jurk zó oud mocht worden. Niet veel jurken krijgen een tweede leven. Ik kreeg er vier. Na vijftig jaar mag ik ineens meespelen in haar verhaal. Dat had ik nooit verwacht.
Ik weet dat ze van me houdt om degenen die de jurk vóór haar hebben gedragen. Maar ook omdat alles wat ze met mij heeft beleefd haar heeft gevormd.
Ik vermoed dat ze mij niet bewaart om mijn stof of mijn motief. Misschien bewaart ze de tijd waarin haar moeder en tante nog leefden. Ik ben toevallig degene die na al die tijd daar nog naar ruikt.
Ze krijgt mijn rits al jaren niet meer dicht. Toch passen we nog steeds bij elkaar.
If you enjoy my writing and photography, you can support my work by becoming a paid subscriber on Substack. You’ll receive all my newsletters, updates and exclusive content, while helping me continue creating new stories and images.
Or, if you prefer, you can simply buy me a cup of tea.
Your support helps me to keep writing / photographing - Thank you!





